Praktijk-examen

Het praktijk-examen bestaat uit een aantal vaste onderdelen, namelijk: Zelfstandig route rijden, bijzondere manoeuvres, milieu bewust rijgedrag en gevaarherkenning.

1Zelfstandig route rijden
In dit onderdeel zul je een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator moeten rijden. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:

  • naar een oriëntatiepunt rijden;
  • meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
  • met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator bepaalt vooraf welk onderdeel ‘zelfstandig rijden’ je moet uitvoeren. Dit verteld hij aan het begin van de examenrit.

Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een locatie die de kandidaat goed kent, zoals een school, een sportclub, of winkelcentrum. Als je onbekend bent in het examengebied, dan kan de examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. Je krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.

Een cluster opdracht is vergelijkbaar met wanneer je aan iemand de weg zou vragen. Een voorbeeld van zo’n opdracht is bijvoorbeeld: “ga bij de school links, bij de verkeerslichten rechts en aan het einde links”.

De laatste variant van het zelfstandig rijden is het gebruik van een navigatiesysteem. Hierbij moet je de aanwijzingen van het navigatiesysteem op te volgen.

2Bijzondere manoeuvres
Het praktijk-examen kent drie bijzondere manoeuvres;

  • een omkeeropdracht,
  • een parkeeropdracht,
  • en een stopopdracht.

Tijdens je examen kiest de examinator twee van deze opdrachten uit.

Bij de omkeeropdracht krijgt je al rijdende te horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Je kiest dan zelf de plaats en de wijze waarop je wil keren. Je kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. Je moet laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een goede oplossing komt.

De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.

Een stopopdracht is ook mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan.

3Milieubewust rijgedrag
Milieubewust rijgedrag wordt als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit zorgt er niet alleen voor dan je minder brandstok verbruikt maar het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.

4Gevaarherkenning
Bij dit onderdeel word je na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom je op een bepaalde manier gehandeld hebt. Hoe heb je de situatie opgelost en welke afwegingen heb je hierbij gemaakt.